Een pelgrim verhaalt...

Gepost in Bedevaart

Mevr. Vahsen-Taks schreef een reisverslag in dichtvorm van de pelgrimage naar 't Ierland van Pater Karel 3 -8 juli 2008: Op bedevaart naar Pater Karel in Dublin. 3 juli: De grote dag brak aan dat we op bedevaart naar pater Karel zouden gaan, om de plekken te bezoeken in de stad alwaar hij vele jaren geleefd had. De reis verliep heel comfortabel en snel, met bus en vliegtuig en de klok een uur terug, dat wel.

In Dublin bestegen we een Ierse bus, goed uitkijken en links instappen, een vreemde klus; maar onze chauffeur reed met vaste hand en bracht ons naar Mount Argus, pater Karels land.

We vierden de Mis, baden en zongen uit ons eigen gebedenboek, het raakte deze bedevaartdagen echt niet zoek. Als slotlied bij de graftombe klonk ons Limburgs volkslied, pater Karel zong dit zelf vaak en niet tot zijn verdriet.

Daarna ging het richting Green Isle ons hotel, koffers pakken en wachten op de kamersleutel, dat wel. De kamers waren licht en ruim, vraag maar na … ik zuig dit niet uit mijn duim.

Na een goede nachtrust volgde een Iers ontbijt, jammer, geen havermoutpap tot mijn spijt; wel toast en gebakken eieren met spek, bloedworst, tomaat en champignons, wel een beetje gek zo ’s morgens vroeg, zó’n stevig eten maar niemand heeft er iets van geweten.

Weer in de bus, we zouden naar Clonmagnoise gaan, een plaats waar heel veel stenen kruisen en ruïnes staan. Alles werd zorgvuldig bekeken, ’t is wonderlijk, zoveel overblijfselen in toch zeer verlaten streken.

De volgende plaats, Knock, was heel interessant want wat was hier aan de hand? In 1879 verschenen Maria, St. Jozef en Johannes buiten op de kerkmuur en dat werd door vijftien mensen gezien gedurende twee uur.

In de verschijningskapel vierden we Eucharistie tesamen en besloten, onder de indruk, deze plechtige dienst met een volmondig Amen.

Ons tweede hotel heette Belmont en lag buiten Knock, het bleek een hele goede gok, kamers met bad, toilet, haardrogers en TV niet tot ons verdriet maar wat en waar dat SPA was wisten we tóen nog niet. De volgende dag bleek het, bij navraag, te zijn een sauna en schoonheidssalon, alles heel piekfijn.

Onze reis ging verder door Connemara met goed weer, ongerepte natuur, woest landschap met een mystieke sfeer. We naderden Kylemore en zagen een sprookjeskasteel, grijs getint, gebouwd in Engelse Gotiek voor vrouwe Margaret, door haar man teerbemind.

In 1920 voor £ 45.000,-- verkocht aan Ierse Benedictinessen die zich nu bezighouden met opvoeding en het geven van lessen. In de intieme kapel mochten we Christus ontmoeten en Moeder Maria met Vredesduif toezingen en begroeten.

Wij kwamen in het Salthill hotel aan dat ligt aan de Galway baai, kamers en eetzaal … alles heel fraai. Na het diner natuurlijk wandelen naar de zee, velen van ons gezelschap deden mee.

Schelpen zoeken en mooie stenen om natuurlijk mee naar huis te nemen. De zon zien ondergaan in het water is een blijvende herinnering voor later.

De Burren stond de vierde dag op het program, het weer was regenachtig en klam. Pastoor Gerfen wees ons op het maanlandschap en de blauwe gentiaan, wie die kon zien vanuit de bus was heel knap. Bij Cliffs of Moher mochten we de bus verlaten om steile rotsen te bekijken, maar niet het wandelpad verlaten. Klavertjes vier werden gezocht en gevonden, daarna zochten we eten voor onze monden.

Quinn Abbey kwam in het zicht een Franciscaner abdij uit 1433 die we vergeten niet licht; Pastoor Gerfen vertelde ons de geschiedenis hiervan in het kort, het was heel interessant, er werd door niemand gemord.

Door zo’n geschiedenisreis door het verleden heb je enige moeite met het heden. De bus weer in na dit verhaal en óp naar Ennis met een prachtige kathedraal

Het kon de Heer best wel bevallen dat wij voor Hem hier onze liederen lieten schallen. Ons hotel Auburn Lodge was een prent en bijna alle kamers gelijkvloers, wat werden we verwend.

Op het menu stond alweer kalkoen en ham die bijna uit ieders neus kwam. “Het lijkt wel een nationaal gerecht” werd zo hier en daar gezegd. Maar ze hadden ook heerlijke vis en die was helemaal niet mis.

’s Anderendaags zaten we lang in de bus heel Ierland door, een hele klus. Pastoor Broers las ons voor over pater Karels laatste jaren en deed zijn best om het Oudnederlands aan ons te verklaren.

En zo reden we, niet tegen onze zin langzamerhand Dublin weer in. We zagen het aan de bontgekleurde deuren en de auto’s die rechts langs ons scheurden.

Een Nederlands sprekende gids liet ons zien wat men nog niet van Dublin wist, gebouwen en de Halfpenny-Bridge keurig en net werden door hem duidelijk uiteengezet.

‘Geshopt’ werd nog in Grafton Street, aaneengesloten winkels, je weet niet wat je ziet; mensen die musiceren op straat en dansende kinderen in de maat.

In het Trinity College werd ons een blik gegund na entree te betalen met klinkende munt. De ‘Long room’ 65 meter lang met zijn 200.000 boeken konden wij op ons gemak bezoeken.

Maar het Book of Kells spande toch wel de kroon, door monniken handgeschreven en wonderschoon; het omhelst de vier evangeliën in het Latijn, was versierd met reliëfjes, heel minuscuul en fijn.

Na het diner gingen we nog even vlug met de bus naar pater Karel terug, want het was toch zeer gepast God te danken voor alles wat ons had verrast.

Een H. Mis en daarna … jawel voor het laatst naar ons vertrouwde Green Isle hotel. Daar werd de laatste avond even geklonken en door sommigen een stevige Guinness gedronken.

Onze laatste dag brak aan, we maakten ons klaar om weer naar Mount Argus te gaan. Onze afscheidsmis en pater Keevins ging ons voor met de pastoors Broers en Gerfen, als assistenten, op het priesterkoor.

Hierna kregen we koffie of thee in de eetzaal die ook pater Karel had gebruikt, zo vermeld het verhaal. Een pater kwam met medailles …… van wie? Van pater Karel natuurlijk … mét een relikwie. Dit was een stukje van zijn habijt toen hij hier leefde indertijd.

Hierna bezochten we nog … jawel pater Karels eigen kloostercel. Onder de indruk was iedereen en pinkte een traantje weg naar het scheen. Op het kerkhof bezochten we nog de plaats van zijn graf met ernaast pater Salvian, die hem vroeger veel berispingen gaf. Nog even een foto van onze hele groep voor de kerk op de trappen en de stoep.

Een zwaai en weg reed onze bus we gingen weer huiswaarts, dit was het dus. We hebben allemaal toen al geweten dat we deze reis niet licht zullen vergeten.

Dank aan allen voor de realisatie hiervan, misschien komt er in de toekomst nog een reunietje an!

Tekst: Rikie Vahsen, 14-07-2008 Foto's: Frans Veugen