Wiertz: Heiligverklaring "meer dan folklore"

Gepost in Bedevaart

ROME, 2 juni - Tijdens een drukbezochte viering zaterdagochtend in de Santa Croce basiliek te Rome heeft de Roermondse bissschip Frans Wiertz benadrukt dat de Heiligverklaring van Pater Karel Houben meer is dan folklore.

"Een heiligverklaring van een man Gods, geboren in eigen streek, is meer dan een kerkelijke folklore," zei Wiertz in een dienst waar ook enkele honderden pelgrims uit Limburg aanwezig waren.

"Het is een signaal uit de hemel," aldus de bisschop in zijn preek in de kerk waar een relikwie bewaard wordt van het kruis waar Jezus aan is gekruisigd.

Hier volgt de integrale tekst van de preek van Bisschop Wiertz:

In de basiliek Santa Croce in Gerusalemme, zaterdag 2 juni 2007 Liturgie van de Kruisverheffing

Eerste lezing: Num 21, 4 – 9

Tweede lezing: Fil. 2, 6 – 11

Evangelie: Joh 3, 13-17

Elke kerk hier in Rome heeft zijn eigen – meestal boeiend – verhaal. Ook deze kerk. De heilige Helena, moeder van de eerste christenkeizer Constantijn, gaat op bedevaart naar Jeruzalem. En keert hier vervolgens naar Rome terug met relieken, restanten van het Heilig Kruis van Christus. Zelfs met een gedeelte van het kruisopschrift. Bij haar paleis dat hier lag, laat zij een kerk bouwen. De kruisrelieken kunnen er aanschouwd, kunnen er vereerd worden. Deze kerk, in latere tijd uitgebouwd tot deze basiliek, gaat daarom de naam dragen van Santa Croce. Santa Croce in Gèrusalemme. Het Heilig Kruis in Jeruzalem. Hier achter mij is een aparte kapel met de kruisrelieken.

Het is niet zonder betekenis dat wij juist hier bij het Heilig Kruis ons voorbereiden op de heiligverklaring van pater Karel van Sint Andries. In het leven van pater Karel heeft het Heilig Kruis namelijk een verheven plaats ingenomen. Dat bracht natuurlijk al zijn intrede in de Orde van de paters Passionisten met zich mee. Een orde die zoals de naam Passionisten al zegt, de passie, het lijden van Christus centraal stelt in haar geestelijk leven, in haar evangelisch getuigenis.

Pater Karel droeg zoals elke Passionist op zijn habijt een embleem. In de vorm van een hart waarboven een kruis. En daarbij dan in dat hart de woorden: JESU XPI (CHRISTI) PASSIO, HET LIJDEN VAN JEZUS CHRISTUS. Een hart vol liefde. Doorstoken op het kruis, Christus’ lijden. Dit embleem, deze woorden sierden niet alleen maar aan de buitenkant zijn habijt. Neen, dit teken van Jezus de Gekruisigde, deze woorden stonden vooral ook gegrift in zijn eigen hart.

Hij besefte: de liefde van God is tot het uiterste gegaan. God is in Christus aan ons mensen gelijk geworden. “En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis.” Deze woorden van de apostel Paulus maken het hartsgeheim uit van pater Karels heilig leven. Tot deze barmhartige liefde van Christus voelde hij zich van jongs af aangetrokken. Zijn roeping tot priester, tot Passionist, vindt hier zijn oorsprong.

Een hart ontvlamd door de liefde van de Gekruisigde. In zijn voetstappen wilde Hij treden. Allereerst de verlossende kracht van het Heilig Kruis zelf ondervinden. Deze diep beleven in gebedseenheid met Christus. Om vervolgens deze barmhartige liefde door te kunnen geven. Vooral aan allen die er zozeer naar verlangen; die hunkeren naar een goed woord; die bemoediging zoeken, troost. Aan allen die uitzien naar genezing.

Hierin zocht en vond Pater Karel Houben zijn levensroeping. Getuige worden van Christus’ barmhartige liefde, getoond, waargemaakt op het Heilig Kruis. Een opdracht waarvan hij ten zeerste besefte: ‘zij is mij door de Heer zelf geschonken’. Pater Karel wist zich daartoe geroepen: instrument, werktuig mocht hij zijn van Christus’ verlossende kracht. Hij mocht zijn handen genezend uitstrekken naar de arme, naar de lijdende mens. Omdat hij wist: de doorboorde handen van Christus hebben vanaf de berg van het Heilig Kruis allen omarmd.

Aan allen zonder onderscheid. Die alomvattende liefde van de Gekruisigde wilde pater Karel verder reiken. In een grote passie met name voor de door leed en lijden gekwelde mens. En men wist hem te vinden. In grote getale stroomden zij naar hem toe. Daar vooral op de Mount Argus in Dublin. Met een groot geloofsvertrouwen naderden zij tot deze Man Gods. In de hoop bij hem opbeuring, een geestelijke vernieuwing te mogen vinden, ja, zelfs lichamelijke genezing.

Zij zochten hem op. In grote getale. Soms 300 op één dag! En hij was hen luisterend nabij. Als biechtvader. Als geestelijk leidsman. Hij stond hen te woord. Woorden van eenvoud, maar vol geest en kracht. Hij legde hen de handen op. Mensen vonden bij hem beschutting. Zij mochten door hem iets ervaren van Gods nooit aflatende barmhartigheid.

Het zijn vooral de armen, de bedroefden, de zieken die bij hem hun toevlucht zochten. Precies zoals het was in het leven van Jezus, zijn Heer. “God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gezonden om de wereld te oordelen, maar opdat de wereld door Hem zou worden gered”. Het zijn de woorden van de Heer zelf in het evangelie. Jezus, de Zoon, heeft de liefde van de hemelse Vader op deze aarde gebracht. Een liefde die redt, die uitkomst biedt. Bij voorkeur voor allen die daarom verlegen zitten; die het moeilijk hebben in het leven. Reddende liefde die weer uitzicht geeft. Nieuw Perspectief!.

Het evangelie van Jezus Christus staat er vol van. Zo veel voorbeelden dat de Heer de lijdende mens in de ogen ziet, hem de hand toesteekt, zijn geloof vernieuwt, genezing schenkt. Pater Karel wilde niets anders brengen dan die Blijde Boodschap. In woord en daad. Zijn Heer navolgen. Maar dan heel concreet. In die voorkeursliefde voor de door ziekte en leed geteisterde mens.

In de ogen van al deze mensen zag hij altijd weer het gelaat terug van de Man van Smarten. Want hij wist hoe Deze zich altijd tot het uiterste toe vereenzelvigde met het levenslot van deze bedrukten. “Al wat gij gedaan hebt voor een van dezer geringsten van mijn broeders en zusters, hebt gij voor Mij gedaan” (Mt. 25, 40). Voor Pater Karel was dit woord van Jezus een innerlijk appèl geworden. Het verstomde geen moment meer in hem. Het werd de leidraad voor zijn heilig leven. Christus dienen door dienstbaar te zijn aan mensen!

Een eenvoudige jongen, zoon van de molenaar uit Munstergeleen. Morgen officieel door de Kerk opgenomen onder haar heiligen. Het mag ons, pelgrims uit Limburg, uit Nederland, uit Ierland, of waar ook vandaan, tot grote dankbaarheid stemmen. Want wij weten: de grote kracht van pater Karel is niet bij zijn dood geëindigd. Een heilig leven eindigt in al zijn vruchtbaarheid niet bij de dood.

Het is weer het Heilig Kruis van de Heer dat ons dit geheim van geloof meedeelt. In Christus’ kruisdood is de graankorrel in de aarde gevallen en gestorven, maar deze stierf om juist zo rijke vrucht te dragen (vlg Joh. 12, 24). De aan het Kruis omhooggehevene, Hij is krachtens zijn verrijzenis verheven aan Gods rechterhand. “En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de dood aan een kruis. Daarom heeft God hem hoog verheven en Hem de Naam verleend die boven alle namen is.”

Een heilige leeft in éénheid met Christus. Hij sterft ook één met Hem; en zijn dood zal ook één met Christus rijke vrucht dragen. Dat is toch overduidelijk gebleken in de enorme devotie na Pater Karels zalig afsterven.

Een devotie die ontelbaar velen naar het graf in Dublin of de kapel in Munstergeleen heeft geleid. Bezield nog steeds met datzelfde grote vertrouwen: ‘hier bij deze heilige mens vind ik uitkomst in mijn moeilijkheden; hier kan ik even mijn hart luchten.’ Jong en oud weet de weg te vinden naar Pater Karel. Even een kaars opsteken. Een licht branden waarin vaak een heel levensverhaal schuil gaat. Vol hoop en verwachting.

De geweldige devotie tot Pater Karel is een wonderlijk gebeuren. Dat in onze toch geestelijk gezien zo dorre tijd zo velen de weg tot hem weten te vinden; en op die plek van verering vaak in de stilte ook de weg terugvinden tot wat bidden heet. De taal van het hart vindt hier spontaan eigen woorden, en stroomt als vanzelf vol met woorden van gebed. In dankbaarheid. In verdriet. Maar altijd hoopvol. Altijd in geloofsvertrouwen.

Wat is het geheim van deze geestelijke kracht, van deze devotie? De barmhartige liefde van Christus heeft in de nabijheid van een heilige als pater Karel niets afstandelijks meer. Zij heeft een concreet gezicht gekregen. Een vertrouwde naam. In een van ons is die liefde geopenbaard. In Karel Houben uit Munstergeleen. Father Charles uit Dublin.

God en zijn hemel zijn niet ver weg meer. Niet vaag verborgen achter verre wolken. In Christus is God ons nabij gekomen. Een nabijheid die zich in de kracht van de Geest opnieuw doorzet is in heilige mannen en vrouwen die onder ons hebben geleefd. Zij brengen ons door hun voorbeeld en door hun voorspraak Gods liefde dichtbij.

Pater Karel van Sint Andries is een van hen. Een hemelse vriend tot wie wij ons vertrouwvol mogen richten. Om op zijn voorspraak Gods zegen te mogen ontvangen. In onze persoonlijke noden. Maar ook in de noden en vragen van ons allen samen, van de Kerk van nu, van de samenleving van nu.

Een heiligverklaring van een man Gods, geboren in eigen streek, is meer dan een kerkelijke folklore. Het is een signaal uit de hemel. Om ook nu in ons bisdom, in ons land of waar wij wonen diezelfde weg te gaan. De weg die deze heilige mens ons is voorgegaan. De weg van geloof en van liefde.

Blijven wij bidden op voorspraak van Pater Karel. “Heilige Pater Karel, geef ons door Uw voorspraak de genade die wij nodig hebben. Leg vanuit de hemel uw zegenende handen op onze kwalen en wonden….

Moge zo ons geloof verdiept, onze hoop vermeerderd en onze liefde versterkt worden. Zo bidden wij U door Christus onze Heer”.

Amen. Bron: Bisdom Roermond